Ga naar hoofdinhoud

Meer dan een vakbeurs

De Nationale Sport Vakbeurs is meer dan 200 exposanten op 12.000 vierkante meter beursvloer. De beurs is ook interessant vanwege de paneldiscussies die daar plaatsvinden. ‘We moeten verenigingen van binnenuit ondersteunen in plaats van activiteiten om hen heen organiseren.’

Auteur: Mark van der Heijden

Lees meer

De Evenementenhal Gorinchem bruist op woensdag 5 november. De duizenden bezoekers van de Nationale Sportvakbeurs, van gemeenteambtenaren tot de veldbeheerders bij sportverenigingen, lopen van de ene stand naar de andere. Rechtdoor na de ingang vinden ze de bedrijven met producten voor buitensporten. Van OVI Enschede met hun veldverlichting tot Rofraline dat belijningsverf en voetbalmaterialen presenteert.

Links van de ingang lopen ze tegen vooral urban sports aan. Daar is een klein basketbalcourt waar freestyle basketballer Galdino Haimé zijn trucs laat zien. Er ligt een pumptrack voor wie durft. Nine Yards Skateparks toont de skateparken die zij hebben ontworpen en geïnstalleerd – met het skatepark op het Museumplein in Amsterdam als meest in het oog springende voorbeeld.

Steken de bezoekers middendoor, lopen ze eerst langs een padelbaan en zeker tien bedrijven die zich richten op deze opkomende sport. Hun aanbod is breed: Rekre Sport zegt volledig in Nederland gemaakte padelbanen aan te leggen terwijl PadelCare Benelux graag de reiniging en onderhoud van padelbanen overneemt. Daar ook staat Silent Walls, een Belgisch bedrijf dat geluidwerende wanden maakt speciaal ontwikkeld voor die sport.

Sport en politiek

Verder weer. Via de horecahoek komen bezoekers uiteindelijk bij het hoofdpodium. Aan een lange tafel in het midden van een kleine ronde tribune praten daar professionals uit de sport met sportjournalist Robbert Meeder. Interessante gesprekken die tonen dat de kracht van sportverenigingen nog te weinig gezien wordt.

Dat blijkt al direct wanneer oud-VVD-Kamerlid Rudmer Heerema met drie anderen plaats neemt aan de tafel. Hij vertelt hoe Halbe Zijlstra hem in 2017 tijdens de totstandkoming van het kabinet-Rutte III belde: ‘Het coalitieakkoord is bijna rond, maar er staat nog niks in over sport. Wil jij dat schrijven? Je krijgt 25 miljoen euro.’

Heerema zegt dat vier jaar later meer politici met een passie voor sport de Tweede Kamer bereikten, Jeanet van der Laan van D66 en CDA’er Inge van Dijk, maar hij blijft het gevoel hebben dat sport een sluitpost is in Den Haag. ‘Absoluut, dat is altijd mijn ervaring geweest. Sport is leuk, mooi om te doen. Maar puntje bij paaltje is het lastig om er geld voor te krijgen.’

Tafelgenoot Henk van de Pol ziet de toekomst nog somberder. ‘Als je wil aanvallen, maar de rest van het team verdedigt, kom je niet ver’, zegt de internationaal bekende springruiter en manegehouder. ‘Nederland is verrechtst en we hebben de afgelopen jaren gezien dat het rechtse deel van de politiek niet gemotiveerd is te investeren in sport. In het programma van JA21 komt sport niet eens voor. Vanuit het oogpunt van sport bekeken, ben ik bang dat het nog minder gaat worden.’

Complexe opgaven

De gevolgen daarvan komen op het bordje van bestuurders als Lisanne Koster en Jeen Visser. Zij zitten aan tafel tijdens het gesprek dat ingaat op de complexe opgaven voor sportverenigingen. Hun ervaring is dezelfde. ‘De gesprekken aan de bestuurstafel gaan niet meer over hoe we betaalbaar sport kunnen aanbieden, maar of we de VOG’s wel op orde hebben’, zegt Koster, bestuurslid bij voetbalvereniging SV Spero uit Elst. Bij Visser, voorzitter van de Friese voetbalvereniging ONT, is dat niet anders: ‘In een vergadering denk je het over sport te hebben, maar het gaat over verduurzamen, over financiële gezondheid.’

Tegelijk wordt er steeds meer aan verenigingen getrokken, zegt Visser. ‘We moeten meer doen om financieel gezond te blijven, denk bijvoorbeeld aan kinderdagopvang. Zo dreigen we in een situatie te komen waarin we het bijna vanzelfsprekend vinden dat een vereniging niet met de kernactiviteiten bezig is, omdat deze anders geen subsidie meer krijgt.’

‘We moeten iets doen aan de organisatiekracht van verenigingen’, zegt Koster daarom. ‘We moeten hen van binnenuit ondersteunen in plaats van activiteiten om hen heen organiseren.’ Daar slaat Visser zich ook bij aan. ‘We moeten de randvoorwaarden creëren zodat verenigingen hun taak aankunnen. 50 procent van de voetbalverenigingen draait verlies – en dat gaat meer worden. We moeten werken aan een vitale vereniging in professionaliteit en organisatie.’

Impact gemaakt

Dat verdienen sportverenigingen ook – dat verdient Nederland óók. Want de sociale impact die verenigingen hebben is enorm, al blijft dat lastig om te bewijzen. De Grote Clubactie financiert een onderzoek dat die impact moet aantonen.

Directeur Frank Molkenboer legt in de derde sessie uit waarom. ‘We merken dat verenigingen het steeds moeilijker hebben uit te dragen wat ze zijn. De Grote Clubactie doet het de laatste jaren goed, dus wat we overhouden willen we teruggeven aan de verenigingen. Daarom dit onderzoek.’

Het onderzoek wordt uitgevoerd door IMPCT Agency en Social Handprint. ‘De impactmeting’, zegt Pauline Kamphuis van Social Handprint, ‘doen we op basis van de positieve impact de vereniging aan de hand van 17 development goals zoals die zijn opgesteld door de VN. Denk aan gezondheid, gendergelijkheid, het gebruik van duurzame energie. Met de vraag hoe draagt een vereniging bij aan die 17 doelen?’

Om een goed landelijk beeld te schetsen, worden eerst 100 verenigingen uit heel Nederland onderzocht. ‘We laten met een brede spreiding zien wat sportverenigingen opleveren voor de samenleving’, zegt Floyd Krom van IMPCT Agency. ‘Anderzijds krijgt ook elke individuele club een impactrapport, waarmee ze kan laten zien wat een vereniging waard is.’

Gemeenteraadsverkiezingen

Dat is handige informatie om te laten zien aan lokale politici, bijvoorbeeld als een vereniging wil dat er een nieuwe sintelbaan aangelegd zal worden. Of als gemeenteraadsverkiezingen nabij zijn, zoals nu het geval is. Hoe dat te doen, vertelt Wilem Booij, gemeenteraadslid in Barendrecht en eerder voorzitter van KV Vitesse, op het Kennispodium aan de andere kant van de evenementenhal.

‘De moraal van het verhaal is: ken uw lokale bestuurder’, zegt Booij. ‘Het is als verenigingsbestuurder belangrijk goede contacten te hebben op ambtelijk en bestuurlijk niveau. Als er iets is, betrek beiden er dan bij. Gemeenteraadsleden zijn vaak maar passanten, maar ambtenaren kennen de vereniging vaak heel lang. Ze vinden zich vaak heel belangrijk, terecht. Maar maak ze dan ook belangrijk.’

Hij verwijst op het podium ook naar de impactmeting. ‘Dat was een interessante bijeenkomst. Het is belangrijk dat club een plan heeft, en ervoor zorgdraagt dat het de impact bekend maakt: ‘We zijn de nummer 1 factor voor gezondheid in Barendrecht.’ Draag je plan uit, vanuit het hoofd en het hart.’

De cirkel is helemaal rond als Booij aangeeft als raadslid te zullen werken aan sterker sportbestuur. ‘Ik vind het belangrijk als het gemiddelde niveau stijgt. Goed kunnen besturen, en goed in kaart brengen wat de waarde van een vereniging is. Het is een persoonlijk speerpunt van me en ik hoop dat de komende vier jaar te kunnen realiseren.’

Tegen 3 uur loopt de dag op zijn einde. Bezoekers borrelen nog bij een stand of gaan weer naar huis. Op het Kennispodium geeft Booij de nog aanwezige bestuurders de opdracht in actie te komen. ‘Sport is geen wettelijke taak voor een gemeente, de reden waarom sport vaak wat minder aandacht krijgt. Daarom blijft het belangrijk dat er een inspanning van de vereniging richting de gemeente is. Zie het als een wedstrijd; dat doe je ook met een plan.’

Gemeenten, ondersteun uw sportverenigingen!

De sportbestuurders Lisanne Koster en Jeen Visser waren in hun gesprek op het hoofdpodium eensgezind en heel uitgesproken: bestuurders van sportverenigingen moeten beter ondersteund worden. Dat vraagt om een toelichting. ‘Er zijn te veel signalen die ons al lang hadden moeten wakker schudden.’

Ineens stonden er bij SV Spero uit Elst drie flacons zonnebrandcrème op de kantinebar; een cadeau van de gemeente. Goed bedoeld met de zomer op komst, maar voor Lisanne Koster, bestuurslid bij de voetbalvereniging, ook een signaal dat de gemeente niet weet waar verenigingen behoefte aan hebben.

‘Gemeenten werken van buiten naar binnen, bijvoorbeeld door verenigingen bij elkaar te brengen en ze kennis te laten delen. Dat vind ik goed, maar daar blijft het vaak bij. Als je echt de organisatiekracht van verenigingen wil versterken, moet je dat van binnenuit doen.’

Dat is hard nodig, beaamt Jeen Visser, voorzitter van voetbalvereniging ONT. ‘Er ontbreekt veel kennis bij veel bestuurders. Dat heeft te maken met bestuurlijke kwaliteiten, het zich qua tijd niet kunnen verdiepen of de ambitie niet hebben. Terwijl, er zijn te veel signalen die ons al lang hadden moeten wakker schudden.’

Uitdagingen genoeg. Verenigingen krijgen extra taken als het handhaven van het alcoholbeleid. Het afschaffen van de salderingsregeling zal tot duizenden euro’s hogere kosten leiden. ‘En tot 2040 zullen minder kinderen worden geboren. Als een vereniging daar niet op anticipeert, komt het ledental onder druk te staan.’

‘Als je organisatie van binnenuit wil versterken, kan dat op twee manieren’, vervolgt Koster. ‘Met een verenigingsondersteuner gericht op de kerntaken van een vereniging als het neerzetten van een goede vrijwilligersorganisatie. De gemeente kan ook ondersteuning geven bij niet-kerntaken. Denk aan het helpen bij het aanvragen van een vergunning voor een Halloweentocht.’

Tegelijk heeft ze ook een waarschuwing. ‘Ik hoor gemeenten al zeggen; zou een vereniging ons kunnen helpen bij een complexe opgave als eenzaamheid onder jongeren? Die vraag moeten we anders stellen: hoe kunnen we de organisatiekracht van vereniging versterken zodat we de waarde die ze al hebben beter benutten?’

Waarmee we weer terugkomen op de bestuurlijke kwaliteiten van bestuurders. Visser: ‘Binnen de vereniging is voldoende kennis aanwezig, maar niet op de juiste plek. De mensen die je benadert zijn allemaal heel erg druk, daardoor is een vereniging soms gedwongen voor minder goed te kiezen.’